Skip to content
Een goede spare-partsstrategie begint niet bij de voorraadkast

Een goede spare-partsstrategie begint niet bij de voorraadkast

Een goede spare-partsstrategie begint niet bij de voorraadkast, maar bij de kosten van stilstand — en eindigt pas wanneer de machine na een storing weer draait.

Een reserve-PLC van €1.500 op de plank kan voelen als €1.500 die niets staat te doen. Misschien ligt hij er vijf jaar zonder ooit uit de doos te komen.

Totdat op maandagochtend om 08:15 uur een machine stilstaat.

Dan is ineens niet meer de aanschafprijs van die PLC belangrijk, maar een heel andere vraag:

Wat kost het als deze machine vandaag niet meer draait?

Dat is wat ons betreft het startpunt van een goede spare-partsstrategie. Niet zoveel mogelijk onderdelen op voorraad leggen, maar bepalen welke componenten kritisch zijn, wat stilstand werkelijk kost en hoe snel een defect kan worden opgelost.

Wat kost een spare op de plank — en wat kost stilstand?

Van iedere PLC, HMI, frequentieregelaar, servoversterker en communicatiemodule een exemplaar op voorraad leggen is niet realistisch. Dat hoeft ook niet.

De betere vraag is: wat kost het wanneer we dit onderdeel níét op voorraad hebben?

Een PLC van €1.500 jarenlang in het magazijn bewaren lijkt een behoorlijke investering. Maar bestuurt die PLC een productielijn waarbij een uur stilstand duizenden euro's kost en is een vervanger niet direct beschikbaar? Dan ziet die investering er ineens heel anders uit.

Andersom kan een onderdeel van €2.500 op voorraad leggen voor een machine die nauwelijks wordt gebruikt, gerust een dag stil mag staan én waarvoor snel een vervanger beschikbaar is, economisch weinig zin hebben.

De prijs van een spare zegt dus weinig zonder de kosten en gevolgen van stilstand ernaast te zetten.

Hoe kritisch is het onderdeel?

Bij het bepalen van de spare-partsvoorraad kijken we daarom liever naar het risico dan alleen naar de prijs.

  • Wat kost een uur of een dag stilstand?
  • Kan de productie zonder deze machine doorgaan?
  • Hoeveel machines gebruiken hetzelfde onderdeel?
  • Is het onderdeel nog regulier leverbaar en wat is de levertijd?
  • Is het onderdeel End of Life (EOL) of nadert de laatste besteldatum?
  • Is er een directe vervanger of is voor vervanging engineering nodig?

Vooral dat laatste is bij industriële automatisering belangrijk. Een nieuwe PLC, HMI of frequentieregelaar kan technisch de opvolger zijn, maar dat betekent nog niet dat deze één-op-één in een bestaande machine kan worden geplaatst.

Een actuele PLC vraagt om een andere strategie dan een EOL PLC

Bij een actuele PLC-serie die normaal snel leverbaar is, hoeft het niet nodig te zijn om voor iedere machine een complete spare op de plank te leggen. Bij oudere automatiseringscomponenten verandert die afweging.

Neem bijvoorbeeld een Mitsubishi FX3U PLC. Er draaien nog veel machines probleemloos met deze PLC-serie. Zolang zo'n machine goed functioneert, is er technisch niet automatisch een reden om de besturing te vervangen.

Maar wanneer reguliere beschikbaarheid afneemt of een serie richting End of Life gaat, neemt het risico toe. Het is daarom verstandig om de lifecycle-status van kritische componenten te kennen. Voor Mitsubishi-producten houden we hiervoor een Mitsubishi End-of-Life overzicht bij.

Daarnaast kan nieuwe regelgeving invloed hebben op de levenscyclus van bestaande automatiseringsproducten. Een actueel voorbeeld is de Europese Cyber Resilience Act (CRA). Op onze pagina over Mitsubishi CRA & Cybersecurity verzamelen we de gevolgen voor onder andere oudere Mitsubishi PLC-series zoals de FX3U en FX3S.

Bij oudere componenten zijn er grofweg drie mogelijkheden:

  • kritische onderdelen tijdig als spare op voorraad leggen;
  • gebruikmaken van beschikbare servicevoorraad;
  • de migratie naar een actuele generatie voorbereiden.

Hoeveel spares heb je nodig?

Twintig machines met dezelfde PLC betekenen niet automatisch twintig reserve-PLC's.

Wanneer dezelfde PLC in twintig machines wordt gebruikt en de storingskans laag is, kan één goed beheerde spare al een groot deel van het risico afdekken. Kijk daarom niet alleen per machine, maar over het complete machinepark.

Misschien gebruiken vijftien machines dezelfde voeding, acht machines hetzelfde HMI en twaalf machines dezelfde frequentieregelaar. Een relatief kleine, slim gekozen voorraad kan dan veel meer risico afdekken dan een magazijn vol willekeurige onderdelen.

De spare ligt in mijn hand. En nu?

Dit is misschien wel het meest onderschatte deel van spare-partsmanagement.

De machine staat stil. De kast gaat open. De technische dienst heeft vooruitgedacht en haalt exact de juiste PLC uit het magazijn.

Mooi. Spare in mijn hand. En nu?

Waar staat het laatste PLC-programma? Is die back-up daadwerkelijk de versie die nu in de machine draait? Welke software is nodig? Hebben we de juiste programmeerkabel? Zijn er passwords? Welke netwerkadressen en parameters moeten worden ingesteld?

Bij een frequentieregelaar geldt hetzelfde: zijn de parameters vastgelegd? Bij een HMI: waar staat het actuele project? En bij servo- en motion-systemen: zijn alle instellingen en relevante software beschikbaar?

Een spare zonder de juiste software, parameters en documentatie is maar een deel van het herstelplan.

Een back-up is pas nuttig als u hem kunt gebruiken

Bij oudere machines zien we regelmatig dat software ooit door een machinebouwer of externe engineer is aangepast. Daarna heeft de machine jarenlang probleemloos gedraaid.

Totdat iemand de laatste back-up nodig heeft.

Misschien staat die op een oude laptop. Misschien heeft de oorspronkelijke machinebouwer nog een kopie. Of er staan drie bestanden op de server met namen als "backup_final", "backup_final2" en "backup_nieuw".

Dat ontdekt u liever niet wanneer de machine al stilstaat.

Zorg daarom naast de hardware minimaal voor een actuele back-up van PLC- en HMI-programma's, parameters van drives en servosystemen, de benodigde software en kabels, netwerkgegevens, wachtwoorden en een eenvoudige registratie van wijzigingen.

Wanneer wordt migreren interessanter?

Naarmate een besturing ouder wordt, kunnen onderdelen schaarser en duurder worden. Tegelijkertijd kan kennis verdwijnen en wordt oudere programmeersoftware lastiger beschikbaar.

Op een bepaald moment moet daarom niet alleen de vraag worden gesteld: "Kunnen we nog een spare vinden?", maar ook:

"Is het nog verstandig om in deze generatie te blijven investeren?"

Drie kostbare EOL-componenten op voorraad leggen kan duurder zijn dan een geplande migratie. Andersom kan één spare van een oudere PLC juist een uitstekende investering zijn wanneer een machine nog maar enkele jaren hoeft mee te gaan.

Voor machines met een Mitsubishi FX3G, FX3U, FX3S of oudere FX-PLC kunt u met onze FX3 → FX5 migratietool alvast bekijken hoe eenvoudig of complex een overstap naar de huidige FX5-generatie waarschijnlijk is.

Begin met één kritische machine

Een compleet machinepark inventariseren klinkt als een groot project. Begin daarom gewoon met één machine waarvan u weet dat stilstand direct problemen veroorzaakt.

  1. Wat kost het wanneer deze machine één uur of één dag stilstaat?
  2. Welke automatiseringscomponenten kunnen de complete machine stilzetten?
  3. Zijn deze componenten nog leverbaar en wat is de levertijd?
  4. Hebben we van de kritische componenten een passende spare?
  5. Hebben we alles om die spare daadwerkelijk in bedrijf te nemen?

Is het antwoord ergens "dat weten we eigenlijk niet"? Dan heeft u meteen een goed punt gevonden om verder te onderzoeken.

Van spare part naar herstelstrategie

Een goede spare-partsvoorraad betekent niet dat van ieder onderdeel een exemplaar in het magazijn moet liggen. Het gaat om de balans tussen de kosten van voorraad en het risico van stilstand.

Voor actuele componenten kan snelle beschikbaarheid voldoende zijn. Voor kritische onderdelen kan een eigen spare verstandig zijn. Bij oudere of End-of-Life automatisering kan het nodig zijn om servicevoorraad veilig te stellen of alvast een migratieplan te maken.

Maar welke strategie u ook kiest: vergeet software, parameters, documentatie en kennis niet.

Want uiteindelijk heeft een reserveonderdeel pas waarde als u er de machine weer mee aan het draaien krijgt.

Cart 0

Your cart is currently empty.

Start Shopping